Behandelingen van edelstenen

Om een steen mooier te maken kunnen er diverse behandelingen toegepast worden.
Plinius, geboren in het jaar 24 en overleden in 79 tijdens de uitbarsting van de Vesuvius,  beschreef al rond het jaar 70 in zijn boek 'History' hoe, door het verwarmen in bepaalde vloeistoffen, chalcedoon van kleur veranderd kon worden.
Hij ontdekte dit door het lezen van boeken die toen dus al geschreven waren.
De technieken die hij beschreef: beitsen, oliën, samengestelde stenen en coating, zijn nog altijd in gebruik, in principe met dezelfde methodes maar met modernere technieken.
Ook het licht verwarmen van smaragd in een olie, om de barstjes minder zichtbaar te maken is al een hele oude techniek.

Boetius de Boot (Brugge) heeft in 1609 een boek geschreven over het beitsen van stenen, het ontkleuren van korund en beryl, het gebruik van gekleurde folie onderin de zetting van een steen en het opharden van edelstenen.

In 1896 heeft Max Bauer een werk uitgebracht met o.a. diverse methodes om de kleur van stenen te verbeteren of veranderen door verhitting, en het uithollen van stenen en vullen met gekleurd materiaal.

Het maken van doubletten is al eeuwen een veel gebruikte methode; veel sieraden uit de tweede helft van de 19e eeuw zijn gezet met samengestelde stenen.
Op de foto staat een doublet opaal waarvan de opaal zelf ook van kleine stukjes in elkaar geplakt is.

opaaldoublet

Sinds ca. 1900 zijn technieken als röntgen- en gammabestraling bekend, waardoor er sinds 1909 ook bestraalde edelstenen in de handel zijn.
Op dit moment zijn er veel manieren om stenen te behandelen (zo’n 85% van alle edelstenen wordt op de een of andere manier wel behandeld).
In dit onderdeel enkele van de meest gebruikte methodes.