Licht en edelstenen
Bijna alle natuurlijk licht komt van de zon (uitzonderingen zijn b.v. gloeiwormen). Licht is technisch gezien een hittestraling. Als een straal licht, die er voor ons oog kleurloos (wit) uitziet, door een prisma valt splitst het zich in de kleuren van het spectrum. Denkt u daarbij maar aan de regenboog.
Licht beweegt zich in de lucht met een vaste snelheid voort. Wanneer het licht door een materie heengaat dan wordt de snelheid van het licht door die materie veranderd. U kunt dit zien door b.v. een rietje in een glas water te zetten. Het lijkt dan net of er een knik in zit. Deze verandering van de snelheid van het licht gebeurt ook in edelstenen. De lichtstraal wordt, zoals we dat noemen, 'gebroken'. Ook kan een lichtstraal weerkaatsen, zowel op het oppervlak van een steen als binnenin de steen op b.v. zijvlakjes (facetten).
In de edelsteenkunde hebben we de begrippen:
Reflectie: de weerkaatsing van licht op de facetten van de steen.
Refractie: het afbuigen van de lichtstraal in de steen. Dat gebeurd bij stenen die een kubisch kristalrooster hebben in één richting. We noemen ze dan 'enkelbrekend'. Er zijn niet zoveel soorten enkelbrekende stenen: diamant, granaat, spinel en glas.
In stenen met andere kristalsystemen breekt het licht in twee richtingen. Ze zijn 'dubbelbrekend'. De snelheid waarmee de twee stralen worden afgebogen bepaalt het 'getal' van de dubbele breking. Sommige stenen hebben een zeer sterke dubbele breking van het licht. Als we bijvoorbeeld een natuurlijke zirkoon of een toermalijn met een loep bekijken dan krijgt men de onderfacetten niet scherp in beeld, we zien ze dubbel.

Totale interne reflectie: het licht kan ook binnenin een steen teruggekaatst worden. Bij het ideale briljantslijpsel zullen de lichtstralen die in de steen terechtkomen tegen de zij- en onderfacetten terugbreken en allemaal via de bovenkant (de kroon) terugkaatsen.
Dit wordt 'totale interne reflectie' genoemd.
Het effect van de combinatie van innerlijke en buitenwaardse reflectie veroorzaakt het 'vuur' of de 'briljantie' van een steen.
Ook dit vuur wordt weer gemeten. Zo heeft briljantgeslepen diamant een vuur van 0,044 en een synthetische moissaniet een vuur van 0,104. De moissaniet heeft voor het oog dus veel meer schittering dan de diamant.
